Steeds minder (3)

Hoor eens wat ik las in de krant vandaag
een heel stuk natuur, zo weggevaagd
bestuurders staan er lachend bij
en slaan de eerste paal zij aan zij
Zij pakken het geld, zij plukken de vruchten
want hun zaak is veilig; ze hebben niks te duchten
ze heffen het glas met de projectontwikkelaar
twee handen op één buik
megalomaan..

Steeds minder (2)

Een bos werd park, een wei een wijk
niets dat er nog overblijft
als je ze de kans geeft om te graaien

Het houdt niet op, het gaat maar door
sluit ze op met een hek ervoor
of moet er eerst een ramp gebeuren..

Steeds minder, steeds minder
steeds minder
te zoeken hier

Flink

llink-krant

Eén letter anders en de leden stromen toe… Wedden?!flink-ad

Plat

Radio Decibel print

… ondanks het indrukwekkend reliëf…

Radio Lellebel ?!

Steeds minder

Ik zie nog hoe het vroeger was
nog maar een jaar geleden
toen er nog die stilte was
en er geen auto’s reden

Ik zie hoe het veranderd is
verbeterd, zullen sommigen zeggen
maar als ik vraag, hoe dan wel?
is er niemand die me dat kan zeggen
Lees verder…

Controle!!

vwa

polonaise

Wie is de mol ??

Scherpe blik

p10208081 Lees verder…

Time is on my side

Time Is On My Side”

(Norman Meade)

Intro:

organ and guitar [US LP take]; organ [US 45, UK LP take]:

Bb Dm G7 C7

/ / / / / / / / / / / / / / / /

Verse 1:

F Bb C

Time is on my side, yes it is (2x)

Dm C7 Dm G7

Now you always say that you want to be free

C Bb

But you’ll come runnin’ back (3x)

C7

To me

Verse 2:

Time is on my side, yes it is (2x)

You’re searchin’ for good times, but just wait and see

But you’ll come runnin’ back (3x)

To me

Bridge (spoken):

Bb7

Go ahead, baby, go ahead

F7

Go ahead and lay it on the town

Bb7 F7

And baby, do anything your heart desires

Remember I’ll always be around

Bb7 Dm

And I know, I know, like I told you so many times before

G7

You’re gonna come back, yeah, you’re gonna come back baby

C7

Knockin’, yeah, knockin’ right on my door

Verse 3:

Time is on my side, yes it is (2x)

‘Cause I got the real love, the kind that you need

But you’ll come runnin’ back (3x)

To me

Coda:

F Bb C

Time, time, time, is on my side, yes it is Lees verder…

Permalink

848970_love_love

Amanda

Weer even dat zigeunergevoel

De Volkskrant 12 september 1997 (pagina 21)
HEIN JANSSEN

Ze is geen comédienne als Mary Dresselhuys, geen tragédienne à la Ellen Vogel en sterallures zijn haar vreemd. Ingeborg Elzevier is lastig in te delen. Haar stijl is droogkomisch, met een tikkeltje ironie. De komende maanden is ze in drie rollen te bewonderen, waaronder haar bekroonde solo ‘Amanda’. ‘Toneelspelen is verrukkelijk, maar ik ben ook blij als het om elf uur klaar is.’

DE GASTEN zijn voor het merendeel naar huis, de barman spoelt de glazen, hier wordt niet meer geschonken, dat is duidelijk.
Niet meer geschonken? De actrice loopt kordaat naar de bar en zegt: ‘Dag barman, mag ik even een diep gesprek met u – ik zou graag een glas rode wijn willen, ik heb namelijk zojuist een ton gewonnen’
De barman lacht en schenkt nog eens in.
Dit tafereel speelde zich af op 28 mei van dit jaar, vlak na de uitreiking van de Gouden Gids Publieksprijs aan Ingeborg Elzevier voor haar theatersolo Amanda. De honderdduizend gulden die bij deze prijs hoort ging echter niet naar haar, maar naar producent Gislebert Thierens, die er iets artistieks mee moet doen.

Een paar maanden later zit Ingeborg Elzevier aan de keukentafel van haar huis in Amsterdam. Er wordt thee gedronken, van wijn is even geen sprake. Ze moet namelijk drie kilo afvallen om weer een beetje te passen in de trouwjurk die ze in Amanda draagt. De voorstelling werd een van de grote toneelsuccessen van het afgelopen seizoen en is vanaf vanavond weer overal in het land te zien.
Amanda was eigenlijk een tussendoortje. Aanvankelijk zou ze spelen in een stuk bij Joop van den Ende Theaterproducties. Dat ging niet door omdat Van den Ende de bezetting niet rond kon krijgen. Gislebert Thierens had nog iets op de plank liggen, een novelle van de Vlaamse schrijver Walter van den Broeck, die hij schreef voor het jubileum van de Bezige Bij in 1994. Elzevier las het en was onder de pannen.

Amanda gaat over een Mexicaanse vrouw die ooit trouwde met een Belgische man omdat ze zijn mooie ogen niet kon weerstaan. In een bizar huwelijk dat 25 jaar duurde, werd zij steeds meer zijn bezit – op alles wat hij vroeg was haar antwoord: ja, natuurlijk. Van den Broeck schreef de tekst als een terugblik op Amanda’s leven, vol lagen die niet alleen over dit particuliere vrouwenleven gaan maar meer in het algemeen over de afstand tussen mannen en vrouwen, tussen arm en rijk en tussen de stads- en bergbewoners in Mexico. Elzevier is ruim anderhalf uur aan het woord en legt daarin stukje bij beetje een uniek vrouwenleven bloot.
‘In België is Amanda ook gespeeld, maar daarin is ze veel meer een slachtoffer. Regisseur Christiaan Nortier en ik wilden dat niet. Ik vond Amanda een sterke vrouw, die zich willens en wetens heeft laten overrompelen door de kwaliteiten van die ene man. Hoe gek dat huwelijk ook was en hoe bezitterig die man, ze heeft ook van hem genoten, zeker seksueel. Ik laat Amanda daarop terugkijken, niet zielig maar vol verwondering.’

Het spelen van een monoloog is niet nieuw voor haar. Bij Toneelgroep Centrum deed ze het meer dan eens. De eerste zin moet met de laatste kloppen, vindt ze, en daartussen moet een boog zitten die logisch is. ‘In Amanda is de eerste zin: ”Ja, zei ik, ja natuurlijk” en de laatste: ”Nee, in geen geval.” Dat klopt met elkaar. Het is opvallend hoeveel mensen zich in deze tekst herkennen. Laatst kwamen na afloop drie vrouwen op me af, gierend van het lachen. Het bleek dat een van hen thuis ook zo’n kerel had. Ik vind het belangrijk dat Amanda ondanks alles ook met liefde over die man spreekt. Alles aan hem ademde immers charme. Ze is niet het onderdukte sloofje, als alles voorbij is, praat ze toch met een zekere passie over haar leven. Dat vind ik mooi.’

Ingeborg Elzevier reisde het afgelopen seizoen met Amanda het hele land door, samen met inspeciënt Erik Schmidt. In een camper van twintig jaar oud, want veel geld was er niet. Ze hadden samen weer even dat zigeunergevoel, artiesten die van stad naar stad trokken. Er werd regelmatig langs de kant van de weg gestopt om een potje thee te zetten.

‘Je komt met zo’n solovoorstelling op de gekste plaatsen. De ene avond sta je in de Stadsschouwburg Groningen, een avond later in een gehucht waar ik nog nooit van gehoord had. De Lampegiet of zo heette dat theatertje, het bleek gewoon het woonhuis van een plaatselijke notabele die het leuk vond af en toe een voorstelling te kopen. Toen ik hem vroeg of er ook licht was zei hij ”Ja hoor, er is black aan en er is black out.”
‘Ik zat gewoon bij de mensen op schoot. Dat doe ik dus nooit meer, voor geen tienduizend gulden. Ik kan tegen de meest primitieve omstandigheden, ik kan me best behelpen met een kommetje water, maar er moet verschil zijn tussen de plek waar ik speel en de plek waar de mensen zitten. Anders haal je alle romantiek, alle mystiek uit het theater.’

Ingeborg Elzevier (61) speelt al 38 jaar toneel en won nog nooit een grote prijs. ‘Natuurlijk is zo’n Publieksprijs dan geweldig, en ik zou het ook eervol vinden om de Theo d’Or te winnen, maar het is er nog niet van gekomen. Ik denk dat het komt doordat ik een nogal grillige loopbaan heb. Iemand als Anne-Wil Blankers speelt bijna haar hele leven in Den Haag, dan bouw je iets op. Ik ben vaak van gezelschap veranderd, als het me ergens niet zint, ben ik weg.’
Dat grillige is inderdaad een kenmerk van Ingeborg Elzevier. Ze is niet echt ergens onder te brengen. Geen comédienne zoals Mary Dresselhuys, geen tragédienne zoals Ellen Vogel. En ze is al helemaal niet een Actrice met een grote A, geen Toneel-Mevrouw. Eerder een bovenbuurvrouw of dat gezellige mens dat altijd vis koopt op de markt.
Heel lang heeft ze bij het grote toneel gezeten, bij gerenommeerde gezelschappen als Toneelgroep Theater, Ensemble, Nederlandse Comedie, Haagse Comedie en voor haar doen uitzonderlijk lang bij Toneelgroep Centrum, zo’n vijftien jaar.

‘Mijn eerste rol bij Centrum was de moeder in Kees de Jongen. Ik kreeg die rol omdat Elsje Scherjon zwanger was. Centrum was toen een erg interessante groep, met mensen als Peter Oosthoek en al die nieuwe Nederlandse toneelstukken, De Babyfoon, Kees de Jongen, Sterke Drank in Oud-Zuid. We beslisten veel met elkaar. De criticus Spierdijk schreef eens: de inspraak bij Centrum is het verst, de uitspraak daarentegen het slechtst. Dat vond ik wel geestig.
‘De laatste jaren waren niet leuk, Centrum kwam steeds meer onder vuur te liggen. Op het laatst moest de groep zelfs gehalveerd worden. Vergaderingen over wie mocht blijven en wie niet, erg pijnlijk. Ik heb toen geroepen dat we beter konden stoppen, gewoon met z’n allen de straat op. Maar dat wilden ze niet. Centrum werd toen een sterfhuis, een akelige geschiedenis.’

In 1986 werd Centrum alsnog opgeheven en met het Publiekstheater samengevoegd tot Toneelgroep Amsterdam, met Gerardjan Rijnders als artistiek leider. Ingeborg Elzevier ging mee, maar was ook de eerste die vertrok, al na twee jaar.
‘Mijn eerste productie bij Toneelgroep Amsterdam was Bakeliet, een montagevoorstelling van Gerardjan. Als acteur was je daarin volstrekt ondergeschikt aan het concept van de regisseur. Ik zat op het toneel met een stokje te zwaaien, ik moest een liedje zingen, een lang verhaal afsteken en nog honderd dingen meer, zoals iedereen. Ik begreep er de ballen van, ik kon er slecht mee uit de voeten. Bakeliet is later bejubeld, ja, razend knap dat Gerardjan er toch een geheel van heeft weten te maken.’

Twee jaar later stond ze weer in zo’n montagevoorstelling, Titus, geen Shakespeare. Ze dacht dat ze gek werd. Ze moest op toneel een grote pan met pastei koken. Voor elk van haar medespelers maakte ze een favoriet pasteitje, de één wilde champignons, de ander kerrie.
‘Ik had Gerardjan vriendelijk verzocht me achter een pilaar te zetten en me niet te veel aan het woord te laten. Ik begreep het niet, ik kon het niet, ik vond het verschrikkelijk. Nee, ik paste niet in die groep. En ik heb de vervelende eigenschap dat ik vreselijk ga stuntelen en in paniek raak als ik ergens niet in geloof. ”Is er iets? Je kijkt de hele tijd zo chagrijnig, het lijkt wel of je al maanden loopt te balen”, vroeg Gerardjan op een gegeven moment. Zal ik je eens wat vertellen, zei ik, ik word er kotsmisselijk van. Toen hebben we heel keurig met elkaar besloten dat het beter was als ik weg zou gaan.’

Na haar plotselinge vertrek bij TGA werd ze freelance actrice, voor het eerst alleen, zonder de beschutting van een groep. In het Betty Asfalt Complex speelde ze De Bekentenis, heel klein, heel bescheiden. Maar de producenten stonden klaar, ze ging het vrije circuit in en speelde onder meer in En ik dan? van Annie M.G. Schmidt, Een doos vol kruimels van Neil Simon, Brutale Winterbekentenissen van Paul Haenen en Walters Hemel van Martine Bijl. Twee jaar geleden was ze ineens te zien in het veelgeprezen Angels in America bij het RO Theater, in regie van Guy Cassiers. Cassiers, en ook Koos Terpstra, wil in de toekomst graag met haar werken. Maar ook Jacques Senf, de koning van de vrije producties die alleen maar vraagt hoeveel open doekjes er waren, aast op haar. Bij Senf speelt ze later dit seizoen het nieuwe stuk van Guus Vleugel: Facelift, of liefde en belastingen in Brasschaat.

Ook dat maakt haar ongrijpbaar, dat heen en weer switchen tussen vrije producties en gesubsidieerd toneel, hoewel zij dat onderscheid nooit heeft begrepen. ‘Ik heb me altijd over die scheiding opgewonden, vooral over het dédain van collega’s van de gezelschappen. Sam Bogaerts deed bij Toneelgroep Amsterdam de klucht Boeing Boeing. Ze zijn toen met z’n allen naar John Lanting gegaan om te zien hoe het niet moest. Daar ben ik zo kwaad om geworden, belachelijk’
Zelf heeft ze hoe dan ook de lach aan d’r kont hangen, of liever, de lach verbergt zich ergens in haar gezicht. Haar stem zit in de donkere registers, en zou net zo goed van een akela kunnen zijn als van een dichteres. Droogkomisch, altijd een tikkeltje ironie. Ze loenst ook een beetje en loensende mensen zijn nu eenmaal onweerstaanbaar. Over haar bijziendheid vroeg Egbert van Paridon zich in een begrotingsvergadering van Centrum eens af of het niet mogelijk was voor mevrouw Elzevier een blindegeleidehond aan te schaffen.

Ze is nooit een steractrice geworden in de zin van ‘Kijk mij eens interessant zijn’, en alle maniertjes die daarbij horen. ‘Toen ik net van de toneelschool kwam, stond ik bij Toneelgroep Theater in een stuk met Caro van Eyck die absoluut een ster was. Ze was op zoek naar een pied-à-terre in Arnhem en omdat ik een grote kamer had met twee bedden, bood ik haar logies aan. Dat heeft ze me zeer kwalijk genomen, zoiets deed je niet met een eerste actrice. Nee, met dat sterrensysteem heb ik nooit veel opgehad, ik ken van nature geen onderdanigheid.
‘Ik wil natuurlijk wel graag goed zijn, maar daar hoeft verder geen status aan te hangen. Ik moet er altijd een beetje om lachen als collega’s deftig gaan doen over hun vak, al die blaaskakerij. Ik vind toneelspelen verrukkelijk, maar ben ook blij als het om elf uur klaar is. Dan heb ik niet de behoefte om er nog eindeloos over door te zeuren.’

Actrices naar wie ze graag kijkt zijn Chris Nietvelt en Catherine ten Bruggencate, met Olga Zuiderhoek zou ze graag samen in een stuk staan. Werken met Guy Cassiers vond ze een openbaring en ooit wil ze spelen in regie van Ivo van Hove. ‘Misschien moet ik dat nu maar gewoon hardop zeggen, ja. Ik vind zijn Het Begeren onder de Olmen en De Tramlijn die Verlangen heet erg mooi.’

Dat ze naar de toneelschool ging, was in weerwil van wat haar ouders wilden, maar dat was vroeger altijd zo. Haar vader was aannemer en opzichter, maar liet zijn dochter wel naar de montessorischool gaan. Haar eerste vriendje was Frits Vogels, die later mimespeler is geworden. Hij nam haar mee naar de grote Tsjechov-stukken van die tijd. Haar gelukkigste tijd aan het toneel waren de gloriejaren bij Centrum. En nu, omdat ze niet meer naar het prikbord hoeft te hollen om te kijken in welk stuk ze zit. ‘Ik heb die prestatiedrang niet meer, ik hoef geen carrière meer te maken.’
Je zou verwachten dat ze tevreden is met één rol per seizoen, maar het tegendeel is waar. Dit seizoen speelt ze er zelfs drie, na Amanda en Facelift volgt nog een productie bij het Noord Nederlands Toneel in Groningen. Voor volgend seizoen zijn er ook al diverse plannen, waaronder de hoofdrol in Amy’s View, het nieuwe stuk van David Hare dat op dit moment een hit is in Londen en waarvan Gislebert Thierens de rechten heeft gekocht.

‘Ik zou in paniek raken als ik geen werk in het vooruitzicht had. Op vakantie heb ik altijd een stapeltje scripts in mijn koffer. Er moet namelijk ook geld verdiend worden. Ja, ik doe ook wel eens dingen die ik niet echt goed vind. Je kunt je in dit vak niet permitteren al te kieskeurig te zijn.’ Eigenlijk haalt ze nergens haar neus voor op, niet voor tv-series, niet voor reclame. Zelf doet ze niet zo veel reclame, vroeger voor koffiemelk en Cabalero, nu voor de Amersfoortse Verzekeringen. In reclameblokjes op de radio kun je haar stem sponzen horen aanprijzen of een decoupeerzaag of brillen van Hans Anders.
‘Een reclame voor antiroos-shampoo zou ik niet zo snel doen, dan word je zo nageroepen. Maar als Jamin mij een ton biedt voor een tv-spotje zou de verleiding erg groot zijn. Ik hou van reizen, ben pas nog een maand in Thailand geweest en als je dat op die manier tamelijk simpel kunt verdienen, waarom niet?’
Oké, als je jong bent en net begint, of als je als acteur een beetje zielig bent en uitgerangeerd en alleen maar een ronkende stem hebt, prima. Maar zij met haar talent? Wil iemand die Ingeborg Elzevier briljant heeft zien spelen in Angels in America, haar vlak daarna horen over hoe goed die ene spons is?
‘Wat een flauwekul! Waarom dan, het een heeft toch niets met het ander te maken? Als jij vindt dat ik Amanda mooi speel, dan geeft het toch niet dat ik iets met sponzen doe? Ik vind dat zo heilig, zo ouderwets ook. Vroeger keken deftige collega’s ook altijd neer op reclame, nu doen ze het allemaal als het uitkomt. Overigens krijg je hooguit twaalfhonderd gulden voor zo’n stemmetje, dus rijk worden zal niet gaan.
‘Nee, het kan me allemaal geen reet schelen. Ik heb zelfs een interview gedaan met Henk van der Meyden – ook fout zeker? Dat stond in mijn contract toen ik in een vrije productie speelde. Ik doe het, zei ik, maar op één voorwaarde: dat hij geen vragen stelt over mijn huwelijken en echtscheidingen.
‘Binnenkort komt ook de nieuwe hoofdredactrice van Privé, die wil met me praten over Amanda. Ik heb haar gevraagd waarom in godsnaam, want volgens mij zijn haar lezers absoluut niet geïnteresseerd in Amanda. Ik vind het een vervelend blad, ik krijg het zelfs bij de kapper niet uit. Maar goed, die mevrouw heeft al mijn rollen gezien en wil zo graag. Dus binnenkort sta ik in Privé. Wat een leven, hè.’

Eerst gaat Ingeborg Elzevier weer op reis, met Amanda naar dorpen en steden, dat ligt haar beter. ‘Ik denk niet dat er veel mensen van mijn leeftijd met een oud campertje op tournee gaan en zich dan door een piepjonge inspeciënt laten vertellen wat er die avond niet goed ging.’
Amanda vanavond in Schouwburg Arnhem; op 16, 17 en 18 september in Bellevue, Amsterdam. Tournee tot en met 15 november.
Facelift, of liefde en belastingen in Brasschaat gaat op 4 januari 1998 in première.

Copyright: de Volkskrant